RD007
WIGET-LENSKI / DIE VÖGELEIN SCHWEIGEN IM WALDE


Simon Lenski: cello, electronics
Bo Wiget: cello, electronics

Recorded by Frank Duchêne
at TRIX, Antwerpen (Nr. 1, 3, 4)
at Concertgebouw, Brugge (Nr. 2,5)
at de Singel, Antwerpen (Nr. 6)

Edited and mixed by Simon Lenski & Bo Wiget
Mastered by Benjamin Bertozzi
Cover Art by Luigi Archetti
Financial Support by De Vlaamse Gemeenschap

All Music by Lenski and Wiget 2006

PIAS 473.0007.020
Belgium 2007

TRACKLISTING

01.Sleeping Simulation / LISTEN
02. Goethe tanzt
03. Trotinette
04.Torch In The Ear / LISTEN
05. Dancing Disaster
06. Dr. Summer

Buy this album in our WEBSHOP

__________________________________________________________________________

REVIEWS

Yurk.net / Hanno Bunjes
LINK

"Das Cover gibt Rätsel auf: Eine Plastiktüte im Pappkarton, die Titelangaben auf dem Digipak kaum lesbar. Das Photoshopping billig und die Farbwahl grauenhaft. Aber bei einer Zusammenarbeit zwischen den beiden Cellisten Bo Wiget und Simon Lenski (DAAU), mußte wohl etwas very arty-ges herauskommen. Einerseits steht das Album dann auch in bester DAAU-Tradition, weil wieder einmal ein unschuldiges klassisches Instrument auf offener Bühne zu Schaden kommt. Doch weil hier alle offensichtlichen Verbindungen zu Klassik, Folklore oder Reggae gekappt sind, ist es andererseits alles andere als ein DAAU-Album geworden.
In fünf Miniaturen und einem 22-minütigen Abschluß durchmessen Wiget und Lenski - unter Mithilfe einer Armada an elektronischen Effektgeräten - Klangfarben und Räume. Eine trügerische Ruhe und Melancholie durchzieht die gesamte CD. Einige fast schwerelose Passagen und lange Spannungsbögen verlangen durchaus nach einer gewissen Aufmerksamkeit des Hörers; es ist aber angenehmerweise kein völlig verkopftes Album geworden. (Vielleicht bin ich auch nur schlimmeres gewöhnt.) Selbst weißes Rauschen setzt vertraute Emotionen frei, wenn daneben ein Cello gestreichelt wird; mal elegant-schwer, mal fiebrig-flimmernd. Also alles eine Frage des Weges, auf dem man sich an unbekannte Musikexperimente herantastet.

Bei Goethe ging es dann wie folgt weiter:
Die Vögelein schweigen im Walde. Warte nur, balde Ruhest du auch."

Muziekcentrum Vlaanderen

LINK


"...Een klassieke achtergrond gecombineerd met een gezonde experimenteerdrift levert niet altijd memorabele resultaten op, maar het eerste album van deze twee heren, "Die Vögelein schweigen im Walde" is een aangename verrassing..."

"...Samplers, effectenpedalen en allerhande modulators nemen geregeld de bovenhand en vormen samen een abstracte, soms sinistere geluidsband, waarmee de cellisten in duel gaan. Geluidsfrequenties worden afgetast op een manier die bijwijlen herinnert aan de Weense geluidstovenaar Fennesz, maar de klankkleur van sobere strijkers bovenop een dromerige geluidsband deed ons vooral denken aan het Amerikaanse postmoderne Rachel's en aan de strijkerssectie van postrock-iconen Godspeed You! Black Emperor. De abstracte, knetterende elektronica van het duo klinkt eens als een gezellig haardvuur op een kille herfstavond, dan als een Apache legerhelicopter die theatraal over een uitgestrekt oorlogsgebied raast.

Dit alles maakt van "Die Vögelein schweigen im Walde" geen voor de hand liggende, maar wel een doortastende plaat. Ze is tegelijk claustrofobisch en weids, emotioneel en afstandelijk, menselijk en machinaal. Om in ondergedompeld te worden."


Kwadratuur.be / Sven Claeys

LINK


"De cellisten Simon Lenski - bij ons bekend van DAAU - en Bo Wiget leerden elkaar kennen tijdens de tournee van 'Visitors Only', een productie van choreografe Meg Stuart. De Zwitser Bo Wiget verzorgde er mee de soundtrack, terwijl Lenski meereisde als geluidstechnicus. De cello's waren steeds in de buurt en veel was er niet nodig om de heren samen aan het improviseren te krijgen. Dat beviel hen zo goed dat ze de afgelopen drie jaar geregeld samen kwamen om te schrijven, te improviseren en te concerteren. Dat resulteerde in de uitgave van hun debuut-cd 'Die Vögelein Schweigen Im Walde'.

Met twee cello's, een uitmuntende instrumentbeheersing, een meer dan behoorlijke zin voor experiment en de nodige effectpedalen presenteert het duo in zes tracks een fascinerende geluidstrip. Daarbij wordt mooi gebalanceerd op de grens van puur, haast elektro-akoestisch geluidsexperiment en melodieuzere passages. Er wordt op de cellosnaren gewreven, getokkeld en geklopt. De ene keer furieus of jachtig, de andere keer met veel grandeur of net delicaat en melancholisch. Door die grote variatie in speeltechniek en het vrij snel in- een uitfaden van verschillende muzikale elementen bezit het album een zekere dynamiek waardoor het, ondanks de ongewone opzet, zeker en vast niet zwaar op de maag ligt. In die zin is de openingstrack, het filmische 'Sleeping Simulation', exemplarisch voor de volledige cd: subtiele, krakende versterkerruis en lange, stemmige cello-uithalen worden af en toe gecounterd door een laaggestemde, donkere basklank. Door de echo op het cellogeluid klinkt deze met momenten als een desolate mondharmonica uit de soundtrack van een spaghettiwestern, terwijl de ritmische ruis in de achtergrond best voor tsjirpende krekels in de avond kunnen doorgaan. Gaandeweg neemt de dreiging toe, apocalyptische klanken sluipen de mix binnen en druk schurend cellospel doet het beeld van een krioelende mierenhoop oproepen. In de finale evolueert de track naar een knap stukje ambient met zalige, lang uitgesponnen cellopartijen. Dat het duo ooit het voorprogramma van dronemeesters Sunn O))) verzorgde was zeker niet het gevolg van een ongelukkige keuze van een concertorganisator: in 'Dancing Disaster ' klinken de versterkte cello's dan ook als gloedvolle distortiongitaren tegen scherpe en sissende elektrische ruis in de achtergrond. In 'Goethe tanzt' worden dan weer effecten achterwege gelaten. Het is een boeiend celloduel dat voorzichtig wordt ingezet maar gaandeweg uitmondt in een regelrechte clash van dissonant snarengeweld. 'Dr. Summer', de laatste en langste track, is pure minimale ambient. Met snelle varierende elektrische pulssignalen, behoedzaam gesoleer op cello en tot drones verbasterde celloklanken wordt een bedwelmend, wat desolaat geluid gecreëerd.

Op 'Die Vögelein Schweigen Im Walde' tasten Wiget en Lenski de grenzen af van wat men met twee cello's en wat effecten allemaal kan uitspoken. Het resultaat overstijgt moeiteloos het niveau van louter effectbejag, wat beide heren een geslaagd debuutalbum oplevert"

Rifraf april 2007 / Homegrown

"In het Wiget/Lenski-woud ruist er zeker wat door het struikgewas, de vogels verstommen, takken kraken, distels prikken en tanden knarsen. Doorheen de wiegende tentakels van de wind vangende hoge bomen, gloort echter ook zonneschijn. Twee cello's gaan in de clinch, zowel akoestisch als elektronisch gemanipuleerd en dat levert intrigerende soundscapes, maar ook wondermooie melodieën op. Een beetje alsof Bartok in de handen van Funkstörung zou zijn gevallen.
Laat deze woudlopers u dus begeleiden op hun avontuurlijke dagtrip langs grillige zijpaden, en u zal nooit meer verlangen naar een georganiseerde groepswandeling op de Kalmthoutse Heide, beloofd."

Rifraf maart 2007 / Kurt Overbergh

"Twee cello's en een batterij elektronica. Genoeg om een intrigerende en donkere mix te bekomen van klassiek en ruisende elektronica."

Domino 2006
LINK

"Twee klassiek geschoolde cellisten die in een rechtstreeks duel klanken uit hun instrumenten halen die in academische kringen op gefrons zouden worden onthaald. Ziedaar Wiget/Lenski, een Zwitsers-Belgische tandem die een behoorlijk knap stukje brengt. De eerste klank is meteen dissonant, en nog voor iemand het obligate 'ze zijn aan het stemmen'-grapje kan uitspreken, trekt het duo van leer. Hun instrumenten klinken afwisselend percussief en melodieus - als je daar al van kunt spreken - en de rollen worden voortdurend omgedraaid. Bijtende hoge tonen, overstuurde hoekige ritmes, af en toe omkaderd door elektronische accenten. Geen muziek die zich makkelijk laat negeren, en een aanrader als u nog nooit een cello met distortion hebt gehoord."

Goddeau - Review Domino 2006

LINK


"Het Zwitsers-Belgische celloduo Bo Wiget en Simon Lenski mocht de aftrap geven met een dertig minuten durende improvisatie die de halfgevulde AB-Box meteen liet weten dat hen nog wat te wachten stond. De twee slaagden erin een indrukwekkende geluidsmuur te creëren die zowel door abstracte noise als door minder vervreemdende stijlen geïnspireerd was. Door de ingenieuze opeenstapeling van loops en haast groteske klankvervormingen deed de op de grens van chaos balancerende set vaak denken aan het dissonante minimalisme van Rhys Chatham, waar zo nu en dan de geest van wijlen Tom Cora in rondwaarde."

__________________________________________________________________________